Liefde voor de wind

liefde-voor-de-wind

Wind en mijn zoon gaan al heel lang samen. Als jongetje van amper 10 jaar heeft hij de beginselen van het surfen geleerd op een kleine plas. De plas was helemaal omgeven door hoge bomen. De wind waaide niet hard, maar draaide wel alle kanten op.

Wij stonden met het gezin de hele zomer op een grote camping bij de plas. Tijdens de schoolvakantie verbleven we er zes weken. Heerlijke dagen waren dat. Er was een levendige handel in van alles, o.a. in surfplanken en surfzeilen. Die planken waren echt groot. Ze werden dan ook deuren genoemd. De kinderen waren dolblij met hun plank. Vooral de middelste van de drie.

Hij pakte elke dag in alle vroegte de plank en ging het water op. Hij stond op de plank en met een peddel ging hij op en neer, op en neer, op en neer etc. Echt niet dat hij tussendoor even stopte. Hij moest er niet aan denken dat hij aan de kant zou komen en dat één van zijn broers de plank op zou eisen. Op die manier heeft hij een geweldig evenwichtsgevoel opgebouwd.

Ondertussen zijn we vele jaren verder. Zoonlief is de wind altijd achterna gegaan. Hij leeft pas echt vanaf windkracht vijf. Hij zocht dus eerst naar een grotere plas. Toen werd hij lid van een surf club. Vervolgens ging hij met andere clubleden naar zee. Uiteindelijk verhuisde hij voor jaren naar een surfparadijs in de Caraïben. Hij heeft daar leren kiten. Je weet wel, met van die enorme sprongen.

Ik vond het niet altijd makkelijk dat zoonlief en wind een eenheid zijn. Tegelijkertijd vond ik het altijd geweldig dat hij zo’n plezier had. Vaak heb ik hem gevraagd om aan zijn moeders hart te denken als hij weer eens enthousiast belde om te vertellen dat er windkracht “veel” op komst was. Tot nu toe heeft hij dat altijd gedaan.

En als er weer eens iets gebeurde waarbij ik de schrik om mijn hart kreeg, dan bedacht ik altijd dat hij vast een grote lach op zijn gezicht had. Dat is alles waard.